inleiding

De ruimtelijke ordening van de 20ste eeuw in Europa wordt gekenmerkt door het uitgangspunt van de scheiding van functies. De reden hiervoor was voornamelijk milieuverontreiniging, waaronder lawaai veroorzaakt door bedrijven.

Nu gestreefd wordt naar het voorkomen van milieuverontreiniging en het technisch mogelijk is deze te minimaliseren, komen ook de negatieve aspekten van functiescheiding naar voren: monotone woonwijken, uitgestorven bedrijfsterreinen buiten werktijden en lange reistijden voor de werknemers.

Daarnaast komt de toenemende druk van de woningbehoefte als een logische inleiding voor de vraag: 'is Nederland te klein om te kunnen voldoen aan de behoefte van haar bevolking om te wonen, werken en recreëren?' Moet er, vooral door de komende generaties, rekening gehouden worden met een achteruitgang van de kwaliteit van het bestaan of is het zuiver een kwestie van ruimtelijke ordening?

De Vinex-lokaties in de huidige opzet bieden niet voldoende ruimte om in de volkshuisvestingsbehoefte te kunnen voldoen. Behoren het verdwijnen van glastuinbouw uit het Westland om plaats te maken voor woningbouw, of het volbouwen van het groene hart van de Randstad tot de meest geschikte oplossingen? Zo niet, zijn er alternatieven?

Is het niet logisch dat wij, in de huidige maatschappij waarin efficiënt omgaan met tijd, materiaal en energie vanzelfsprekend geworden is, ook met de ruimte efficiënt omspringen? Dat laatste zal automatisch tijd, energie en materie besparen. Vanzelfsprekend moet de efficiency niet bereikt worden ten koste van de ruimtelijke kwaliteit.

ir. Mahasti Tafahomi